Er zijn momenteel nog geen milieukwaliteitsdoelstellingen van kracht voor brakke en zoute waterbodems, welke terug te vinden zijn in de Antwerpse haven. Daarom werden voor een aantal stoffen de concentraties in 2010 vergeleken met de concentraties in 2002, waarbij er werd nagegaan of de concentratie op deze locaties daalde of steeg.
Het aantal locaties met dalingen en het aantal locaties met stijgingen is weergegeven in de grafiek hiernaast. Hieruit blijkt dat de meeste metalen op de meeste van deze locaties in lagere concentraties voorkomen. Dit geeft aan dat de aanvoer van deze verontreinigingen is afgenomen of gestopt. Enkel voor koper, een bestanddeel in de alternatieven voor tributyl tin (TBT) als antifouling, is er een toename op de meeste locaties. TBT zelf wordt ook op 11 van de 17 locaties in hogere concentraties aangetroffen.
Waterbodemstalen nemen
Voor de groepen polychloorbifenylen (PCB's) en polyaromatische koolwaterstoffen (PAK's) wordt er globaal een afname waargenomen op de meeste locaties. Daar staat tegenover dat de concentratie van enkele individuele PAK's, met name Acenafthyleen en Benzo(g,h,i)peryleen, en van PCB 118 op een groot aantal locaties is toegenomen.
Minerale olie is in 2010 op de meeste locaties hoger dan in 2002.
Bij de bodemkwaliteit heeft men voornamelijk te maken met historische vervuiling. Die wordt systematisch aangepakt.
De bodemtoestand 2010 is vergeleken met de bodemtoestand 2006. Het aantal percelen, evenals de oppervlakte, waarover geen informatie beschikbaar is, is gedaald. Er zijn met andere woorden de jongste jaren meer bodemonderzoeken uitgevoerd en de kennis over de bodemtoestand is gestegen.
Van de onderzochte percelen is het aantal percelen met een verontreiniging, waar beschrijvende bodemonderzoeken (BBO) of bodemsaneringsprojecten (BSP) worden uitgevoerd, klein. Uit de informatie blijkt bovendien dat er almaar meer percelen zijn zonder bodemverontreiniging.