Activiteiten verduurzamen

De activiteiten in de haven vergen energie, hebben nood aan water en veroorzaken emissies. De betrokken bedrijven nemen daarin een transparante houding aan. Ze nemen daarenboven tal van initiatieven om het afval, het energie- en grondstofverbruik en de uitstoot in welke vorm dan ook te verminderen.

Energie

Het energieverbruik in de Antwerpse haven neemt over de periode 2000 tot 2008 toe tot 265 PJ. Dit komt ongeveer overeen met het jaarverbruik aan elektriciteit van 21 miljoen doorsnee gezinnen.

Een vergelijking van het energieverbruik van de sectoren die meegenomen worden in de productie-index (alle sectoren behalve de energieproductie en de raffinaderijen) met de productie-index laat zien dat ook het energieverbruik per productie eenheid is toegenomen van een ratio van 1,05 naar 1,07. Een mogelijke verklaring is de lagere productiviteit tijdens de crisis, die een lagere energie-efficiëntie van de bedrijfsgerelateerde processen met zich meebracht.

De chemie en de raffinaderijen zijn de grootste energieverbruikers. De energieproductie zelf en de raffinaderijen kenden de sterkste toename in verbruik. Een deel van de toename van energieverbruik is een gevolg van een toegenomen capaciteit in warmtekrachtkoppeling; een vorm van energieproductie, waarbij relatief schonere brandstoffen worden gebruikt voor energieproductie. Daarenboven werd geïnvesteerd in nieuwe installaties, die hun optimale werkingspunt nog moeten bereiken.

Het energieverbruik, voornamelijk in de vorm van restgassen, van de chemiesector in het havengebied vertegenwoordigt ongeveer  80% van het totale energieverbruik van deze sector in Vlaanderen. Voor de raffinaderijen, die als energiebron voornamelijk petroleumproducten gebruiken, bedraagt dit aandeel 100% omdat de volledige Vlaamse raffinaderijsector in het Antwerpse havengebied ligt.

Voor andere sectoren was er, omwille van een verschillende vorm van gegevensregistratie, geen vergelijking mogelijk tussen de Antwerpse haven en het verbruik in Vlaanderen.

Water

Ongeveer 97% van het watergebruik betreft koelwater. Dit is water dat uit de dokken en de Schelde wordt opgepompt en nadien wordt teruggepompt.

Het overige watergebruik blijkt nogal te schommelen zonder een duidelijke evolutie. Het grootste aandeel daarin is leidingwater afkomstig van oppervlaktewater. Het aandeel van grondwater in het verbruik blijft sinds 2005 vrijwel stabiel, waarbij het grootste deel dan ook nog leidingwater is afkomstig van grondwater. Hemelwater heeft slechts een klein aandeel in het totale verbruik. Tal van bedrijven proberen wel meer hemelwater te gebruiken voor sanitair en schoonmaak. Tevens worden er initiatieven genomen om te werken met een gesloten watercyclus die het netto waterverbruik beperkt.

Grafiek totale, leiding- en koelwatergebruik
Grafiek watergebruik zonder koelwater

Het besluit is dat de meest onduurzame vorm van watergebruik, de winning van grondwater, nauwelijks wordt toegepast.

Luchtemissies

Voor luchtemissies is er gekeken naar de uitstoot van zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx) en fijn stof (PM10). Zwaveldioxide en stikstofoxiden veroorzaken beide onder meer verzuring. De emissies van deze drie parameters zijn in 2008 lager dan in 2004, zelfs met een toegenomen productie.


Grafiek emissie van zwaveldioxideDe uitstoot van zwaveldioxide, voornamelijk afkomstig van de raffinaderijen, daalde met 18%. Scheepvaart en industrie zijn de overige significante bronnen die wel met respectievelijk 34% en 67% zijn afgenomen.

Grafiek emissie van stikstofoxidenDe emissie van stikstofoxiden was in 2004 voornamelijk afkomstig van de industrie. Ze is afgenomen met 33%. Ook de NOx-uitstoot van de raffinaderijen daalde en wel met 35%. De emissie door de scheepvaart nam dan weer toe met 44% en is daarmee ook de belangrijkste emissiebron geworden in 2008. De stijging van de NOx-uitstoot door de zee- en binnenscheepvaart zou te maken kunnen hebben met toename van het aantal en/of de grootteklasse en/of de meer vervuilende types van schepen. Onderzoek hieromtrent is nog lopende.

Grafiek emissie van fijn stofDe uitstoot van fijn stof laat een gelijkaardige trend zien. De emissies van industrie en raffinaderijen nemen af met respectievelijk 78% en 41%, terwijl de emissies door de scheepvaart toenemen met 24%. Ook andere bronnen zoals havengebonden werktuigen en weg- en spoorverkeer stootten meer fijn stof uit in 2008 dan in 2004.

 

Uitstoot van CO2 en CO2-equivalenten


De uitstoot van CO2 door de grootindustrie, ligt in 2008 hoger dan in 2000. Dit is een gevolg van een toegenomen productie. Relatief gezien neemt de uitstoot van CO2 door de grootindustrie wel af. Een vergelijking met de productie-index laat een daling zien van de ratio CO2 emissie/productie-index van 63 naar 60.


De emissie van CO2-equivalenten ligt in 2008 lager dan in 2000, ondanks de gestegen productie. Een vergelijking met de productie-index laat een daling zien van de ratio CO2 – equivalenten emissie/productie-index van 95 naar 85. De afname is het gevolg van een emissiedaling van N2O emissie in de industrie. Bij de raffinaderijen is er een lichte toename van de emissie van CO2-equivalenten met 1% en ook binnen de energieproductie is de emissie van CO2-equivalenten hoger in 2008.